?

Log in

No account? Create an account

Previous Entry | Next Entry

Reformatorisch Dagblad van 4 juni 2016 p. Accent A 9
Inge Drost over Duitse erkenning Armeense genocide

keerpunt
tekst Addy de Jong – beeld Frank van Rossum
Het had veel voeten in de aarde. Maar donderdag nam de Duitse Bondsdag dan toch de resolutie aan waarin zij de Armeense genocide van 1915 royaal erkent. Tot vreugde van Inge Drost (65), in Nederland al jarenlang voorvechtster van erkenning van deze volkerenmoord. „Geen geschikt moment? Zo’n moment komt er nooit.”



TOEN
Toen ik een jaar of tien was, hoorde ik van mijn moeder, die van Armeense afkomst is, voor het eerst over de genocide. Over die vreselijke massamoord en deportaties door de Jong-Turken, nu ruim honderd jaar geleden. Op school stond dat niet in onze lesboeken, ook op het gymnasium niet. Gelukkig had ik een docent die er wél van wist en kon ik er bij het examen geschiedenis zelfs een apart thema van maken.
Ik weet nog precies waar ik in ons huis stond toen mijn moeder mij over de genocide vertelde. Ik vond het zo onrechtvaardig dat dit verzwegen werd, dat ik me meteen voornam om, zodra ik de kans kreeg, daar iets tegen te ondernemen. Dat moment kwam jaren later, toen ik in 1985 in Den Haag bij de toen net opgerichte Armeense Culturele Vereniging Abovian kwam. Uiteraard herdacht men daar 24 april, de dag waarop in 1915 de genocide begon. Vanuit Abovian, en later samen met anderen in het 24 april Comité van de Federatie Armeense Organisaties Nederland, zijn we landelijk de 24 aprilherdenking op gaan zetten en erkenning gaan bepleiten.
Een van de verheugendste dingen daarbij was dat de Tweede Kamer, nadat wij jarenlang met tal van politici gepraat hadden, in 2004 unaniem de motieRouvoet aannam, die de regering opdroeg in contacten met Turkije voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen. Toen kon in Nederland eindelijk niet meer gesproken worden van ”de vergeten genocide”.
Maar van andere ontwikkelingen werd ik zeker níét blij. Met name die in Turkije zelf. In dat land is er, als het gaat om democratische vrijheden, eigenlijk vooral achteruitgang. Denk aan de vreselijke dood van de Armeens-Turkse journalist Hrant Dink in 2007. Helaas houdt Turkije nog altijd een geheel eigen versie van de geschiedenis hoog, en ervaart men het als een enorm gezichtsverlies om alsnog de waarheid te spreken. Toch zal dat moeten.
Het is toch onbeschrijflijk jammer dat Erdogan en de zijnen nog steeds miljoenen uitgeven aan hun ontkenningspolitiek? Geld dat veel beter besteed zou kunnen worden aan projecten voor verwerking, aan uitwisselingen, aan beurzen, en aan herstel van cultureel erfgoed, zoals een Duitse parlementariër het donderdag zo mooi verwoordde.

NU
Dat de Duitse Bondstag donderdag een resolutie aannam waarin zij de genocide van de Jong-Turken op de Armeniërs erkent en betreurt, is fantastisch. Niet alleen omdat Duitsland in het huidige Europa een grote en belangrijke natie is, maar ook omdat het voor de genocide een zekere verantwoordelijkheid draagt. De Duitsers waren bondgenoot van het Ottomaanse Rijk. Hun consuls, geneeskundigen en missionarissen wísten van de verschrikkelijke wandaden tegen de Armeniërs, rapporteerden hier ook over aan hun regering, met als doel dat die regering in actie zou komen. Wat helaas niet gebeurde.
De Duitse erkenning van donderdag is dus tevens een medeschuldbekentenis. Tegelijk is Duitsland er een mooi voorbeeld van hoe een land zijn eigen geschiedenis –ik denk dan aan het nazisme– eerlijk onder ogen kan zien, zodat daarna een proces van verwerking en verzoening kan volgen.
Duitsland laat Turkije ook zien hoe een land in het reine kan komen met zijn verleden. Zo benadrukten leden van de Bondstag deze week dat de huidige Turken „geen schuld” hebben aan de genocide, maar „wel een verantwoordelijkheid” naar de toekomst.
De grootste betekenis van de stemming in de Duitse Bondstag, waar 628 van de 630 leden voor de resolutie stemden, is dat de Duitsers voor eens en voor al een einde maken aan het nu-is-het-geen- goedmomentdenken, waardoor decennialang erkenning is uitgebleven. Dit keer is natuurlijk gewezen op de vluchtelingendeal. Maar het is zoals voorvechter Cem Özdemir, leider van de Groenen en een Turkse Duitser die de achterliggende weken niet bezweek onder de druk van Erdogan, donderdag zei: „Geen goed moment? Er komt nooit een goed moment.” Want als er al honderd jaar geen goed moment is geweest, dan komt dat moment nooit.

STRAKS
Eigenlijk had ik donderdag naar Berlijn willen gaan, om het allemaal zelf mee te maken. Maar dat werd me afgeraden. Gelukkig zond TV ZDF het debat uit in livestreams, zodat ik het, samen met Mato, mijn Armeens- Nederlandse partner, kon volgen.
Duitsland schaart zich nu in een lange rij van landen die tot erkenning zijn overgegaan. Maar het grote doel blijft natuurlijk dat ook Turkije dit doet.
Wat Nederland betreft zou ik graag zien dat niet alleen het parlement, maar ook het kabinet ronduit de genocide erkent. Bewindslieden spreken nu vaak over „de kwestie van de Armeense genocide”. Koenders, die in 2004 als Kamerlid geen blad voor de mond nam, gaat als minister niet verder dan toegeven dat er internationaal consensus is tussen wetenschappers over de genocide.
Laat de Nederlandse regering, die zich laat voorstaan op haar respect voor internationaal recht, een voorbeeld nemen aan de Belgische premier Michel, die pas namens zijn regering uitsprak de Armeense genocide te erkennen. Laat zij van Duitsland leren dat je niet op een geschikt moment moet wachten. En laat zij beseffen dat, zoals men wel zegt, een ontkende genocide een genocide is die doorgaat. Laten we met elkaar zorgen dat die eindelijk wordt beëindigd.