?

Log in

No account? Create an account

Previous Entry | Next Entry

Հոլանդացի Պրոֆեսոր Evert Dorhout Mees-ի գրառումները Հայաստանի մասին

.www.evertdorhoutmees.nl/

Armenië: Een land, geboeid door haar verleden

Armeense impressies: Een land, geboeid door zijn verleden.

Eerste indruk
Bij aankomst op het vliegveldje van Jerevan is het al duidelijk: hier is men nog niet ingesteld op toerisme, er heerst nog een vleugje Sovjet sfeer. We wachten eindeloos bij de pascontrole, bewaakt door gewichtig doende mannetjes met grote 'Russische' petten. In deze hoofdstad, waar ruim één derde van de 3,2 miljoen tellende bevolking woont, is ook geen buitenlandse krant te krijgen. Alle huizen hebben golfplaten daken, wat een trieste indruk maakt. Alleen het Plein van de Republiek is schitterend, ontworpen in 'neo-klassieke' Armeense stijl.
Jerevan ligt in een soort kom in een hoogvlakte en lijkt daarom omgeven door heuvels. Op een daarvan staat een pompeus monument (vrouw met dwars voor zich een zwaard) ter herdenking aan de 'Grote Patriottische Oorlog'. Natuurlijk heeft Armenië in de 2de wereldoorlog veel geleden en had het weinig sympathie voor de Duitsers. Maar niet dat deze vriendelijke mensen nu zo van de Russen houden, evenmin trouwens van hun andere buren: de Turken, Azeri, Georgiers. Alleen met Iran zijn redelijk goede betrekkingen.

8 августа 2012 года, 04:01
Wat opvalt, is het type mensen: Nergens nog zag ik zoveel gelijke typen Armeense mannen zowel als vrouwen. In al die eeuwen is er toch een etnisch homogeen volk blijven bestaan, dat zich na de val van de SU van vreemde elementen heeft weten te bevrijden. Dat klopt ook met het rapport van de 'Commission on elimination of racial discrimination' (Aug 2002) dat stelt dat Armenië een mono-etnische staat is geworden waar geen minderheden getolereerd worden. De Cie betreurde het gebrek aan 'disintegrated data' over demografische, sociale en economische toestanden.
Cultuur en toeristische attracties.
Armenië heeft een zeer oude historie, die teruggaat op het Urartische rijk (1200-600 v Chr) met een hoofdstad bij de (nu Turkse) stad Van. Prehistorische vondsten gaan terug to 5000 v.Chr. Veel daarvan is te zien in het historische Museum van Jerevan. Nergens zag ik nog zo'n hoeveelheid en variatie van schitterende voorwerpen. Maar 'in het veld' zijn weinig opgravingen te zien..
De belangrijkste monumenten zijn kerken en vooral kloosters. Armenie was het eerste land, dat (in A.D.301) het christendom als staatsgodsdienst aannam. Nadat de Armeense kerk op het concilie van Calchedon (351) wegens haar opvatting over de natuur van Christus ('monofysitisch') als ketters was veroordeeld, ontwierp de bisschop Mashtot een eigen alfabet om zich van de Grieks-Byzantijnse cultuur te onderscheiden.. Dat bleek een geniale greep om een eigen identiteit te verzekeren en Mashtot is dan ook een nationale held.
De kloosters, die zich doorgaans op indrukwekkende plaatsen in de bergen bevinden, zijn ontstaan als gemeenschappen van heremieten (kluizenaars). Deze traditie is hier langer dan elders blijven bestaan en de monniken leefden vaak in grotten in de omgeving van de centrale kloosterkerk. Tijdens het Sovjet regime werden alle kloosters gesloten en de monniken vermoord of op enkele reis naar Siberie gestuurd, zodat er nu geen monniken meer zijn en ook het kloosterleven niet opnieuw is gestart.
De kerken zijn van een traditioneel Armeens type: een hoge 'kupola', weinig ramen en donkere natuurstenen muren. Er is in de loop der eeuwen niet veel aan veranderd en ook nu worden nieuwe kerken volgens dit patroon gebouwd. Vaak is er een 'voorhof' waar men besprekingen kan voeren en daarachter de eigenlijke kerkruimte. Er is weinig versiering, geen ikonen en alleen afbeeldingen van Maria met het kind Jezus. De diensten (waarvan wij een deel meemaakten) bestaan uit rituele gebeden, gezangen door de priester of ook een koor. De gemeente, die in principe staat (geen banken), neemt niet actief deel. Tijdens de Sovjet periode zijn veel kerken gesloopt en werd alle kerkelijk activiteit effectief uitgebannen. Naar mijn indruk is het kerkelijk leven niet echt terug, is het kerkbezoek minimaal en wordt de kerk vooral als symbool van nationale eenheid gezien.
De kunst. Tijdens de 70 jaar Sovjet overheersing werd iedere uiting van nationaal gevoel onderdrukt, en moest ook de kunst voldoen aan de dogma's van het 'socialistisch realisme'. Enkele Armeense kunstenaars (architecten, schilders, dichters) wisten binnen dit keurslijf toch originele creaties te scheppen. Aan hen zijn enkele musea gewijd, terwijl er zelfs een ere-kerkhof voor hen is ingericht, waar ook een vermoorde president is begraven. Een commissie beslist, wie deze eer waardig is (er zijn nog veel plaatsen over).
Natuur. Tenslotte is er de indrukwekkende natuur, met bergen tot 4000 meter. Zoals ieder gebergte weer iets aparts heeft, is ook dit landschap anders dan elders. Of er ook bergsport bedreven wordt, weet ik niet.
Maatschappij, economie en politiek.
In de lange, bewogen geschiedenis van dit land is het slechts enkele malen zelfstandig en zelf machtig geweest. Maar door zijn ligging op het kruispunt van volks verhuizingen en begrensd door grote rijken werden door Armeniërs bewoonde gebieden na de Middeleeuwen verdeeld en bezet door het Osmaanse en Perzische imperium. Als gevolg daarvan waren zij daar zelden als meerderheid. De grootste ramp was de genocide in 1915, toen de Armeense bewoners van het Osmaanse rijk vrijwel werden uitgeroeid.
In 1828 werd het 'hartland' door Rusland ingelijfd. Zowel vóór als na de genocide vochten Armeense troepen samen met de Russen tegen de Turken.
Na de val van het Tsarenrijk was Armenië van 1920 tot 1922 zelfstandig, maar na de inlijving als 'Socialistische Sovjet Republiek Armenië' werd iedere uiting van nationale identiteit, met name ook iedere verwijzing naar de genocide verboden. Het is een wonder dat dit volk zijn identiteit zo heeft kunnen bewaren.
Begrijpelijkerwijs kwam het na de val van de SU in 1991 tot felle reacties. De door Stalin bevorderde vermenging van volken werd ongedaan gemaakt door wederzijdse (vooral met Azerbeidzjan) met wreedheden gepaard gaande etnische zuiveringen. Bovendien verdreven Armeense troepen alle Azeri uit de in Azerbeidzjan gelegen (overwegend Armeense) enclave Nagorno Karabach benevens het omliggende gebied, dat effectief bij Armenië is ingelijfd. Hoewel Nagorno Karabach om politiek-strategische overwegingen een (alleen door Armenië erkende) 'zelfstandige republiek' is, wordt dit gebied in de praktijk (landkaarten) gewoon als deel van Armenië beschouwd. Deze annexatie en daarmee gepaard gaande verdrijving van honderdduizenden (getallen lopen sterk uiteen) Azeri's bracht Turkije er toe, de grenzen te sluiten. Dit droeg bij aan het politieke en geografische isolement waarin het land zich nu bevindt.
De Sovjets voerden een industrialisatie politiek door: Dorpelingen werden naar de steden verplaatst en in woonkazernes ondergebracht. Bij Jerevan werden machinefabrieken gesticht, in het Noorden bevond zich de grootste chemische fabriek van de SU. Ook was hier, wegens de aanwezige kopermijnen een grote koperindustrie, benevens textielfabrieken, die hoge kwaliteit stoffen naar het Westen exporteerde.
Van dit alles is niets meer over: overal staren de verlaten fabriekshallen, verroeste hangars en kranen de reiziger aan. Alleen de kopermijnen werken nog op een fractie van de vroegere capaciteit. Behalve de instorting van de SU heeft de vreselijke aardbeving, die in 1988 het Noordelijke industriegebied trof, tot deze neergang bijgedragen, Nog steeds wonen er (na 23 jaar!) mensen in noodwoningen. In Gumry (de 2de stad van het land) staan de ruines nog overeind en is het plaveisel van de straten niet hersteld.
In het Oosten was in het schitterend gelegen stadje Jermuk een kuuroord, met geneeskrachtige bronnen voor alle denkbare kwalen, een geliefkoosd verblijf van de partijbonzen uit de hele SU. Er zijn luxueuze hotels, een mooie ski-piste en een vliegveld. Het vliegveld is niet meer in gebruik. Het personeel van het hotel waar wij logeerden werd met bussen aangevoerd, zodat het ontbijt pas laat kon beginnen. Het eigenlijke stadje waar zij woonden hebben wij dus niet gezien.
Alleen de hoofdwegen zijn geplaveid, de grootste twee-baans, maar niet altijd vrij van kuilen. Op de weg naar Iran, de belangrijkste handelspartner, telde ik één vrachtauto per 10 minuten.. Op de weg naar Georgië zag ik alleen twee Turkse vrachtauto's uit Rize. Wel loopt hier ook een spoorlijn, waar vooral s'nachts een paar treinen rijden.
Hoewel de meeste woningen verveloos en verwaarloosd zijn, werden in Jerevan een groot aantal fraaie moderne appartementen gebouwd, in de hoop rijke (buitenlandse?) bewoners te trekken. Zij staan allemaal leeg. De voornaamst bouw activiteiten (restauratie en bouw van nieuwe kerken) worden door Armeniers in het buitenland gefinancierd. Er wonen 13 miljoen in de diaspora. Zij houden de band met het moederland levend en bezoeken het graag (bijvoorbeeld om kinderen te laten dopen) maar gaan er niet wonen. De bevolking is sinds de onafhankelijkheid sterk gekrompen. Jaarlijks zoeken 70.000 burgers in het buitenland een beter bestaan.
De politiek is behoorlijk gewelddadig: oppositie wordt op de een of andere manier onmogelijk gemaakt. Er heerst een 'democratie' zoals ook in Rusland en andere ex-sovjet staten, met enkele rijke corrupte leiders die geen belasting betalen.
Grafstenen.
Sinds meer dan 1000 jaar is het gebruik, op graven een bijzonder soort kruisstenen (kachkars) te plaatsen. Het zijn platte, rechtopstaande stenen waarop een kruis gebeiteld, omgeven door versieringen. In de loop der tijden werden die steeds gevarieerder en is het een nationale kunst geworden die ook moderne kunstenaars inspireert. Er wordt door gidsen veel aandacht aan geschonken. Hoe fraai en interessant ook, ik kon mij niet aan de indruk onttrekken, dat zij symbool staan voor de troosteloze toestand waarin het land verkeert.
_________________________
Verantwoording.
Bovenstaand verslag zijn de oppervlakkige indrukken van een 2-weeks bezoek als toerist. Ik heb maar met één Armeniër gesproken: Onze zeer sympathieke, ontwikkelde gids, kunstenaar van beroep, die veel in het buitenland heeft gereisd. Op internet heb ik weinig objectieve informatie gevonden. Hier wreekt zich het -naar mijn weten- ontbreken van goede geschiedschrijving over de periode na de 2de wereldoorlog. Wat nieuw voor mij was, is de funeste invloed van 70 jaar Sovjet bewind. Het komt mij voor, dat er een ambivalente houding is t.o.v. Rusland. Dat heeft het land 2 eeuwen overheerst, maar men heeft er ook vaak goed mee samengewerkt. Hoe het komt, dat de uitgebreide industrie is verdwenen en geen nieuw afzetgebied heeft kunnen vinden, is mij een raadsel. Het land heeft zich, door zich te veel op het verleden en nationale identiteit te concentreren, in een isolement geplaatst.
Evert Dorhout Mees, April 2011

Geschiedenis

De gruwelijke moordpartijen op de Armeniërs eind 19 en begin 20 eeuw laten weinig ruimte voor nuancering. De emoties lopen nog steeds hoog op, niet alleen aan Armeense maar ook aan Turkse zijde. Objectieve onderzoekers zijn schaars. Taner Akcam schreef er twee zeer uitgebreid gedocumenteerde boeken over. Omdat zij naar mijn weten niet vertaald zijn, heb ik die in het hier volgende trachten samen te vatten. Ik heb ze geplaatst in de historische context en aangevuld met eigen ervaring in gesprekken.
Ter inleiding een passage uit het voorwoord van Akcams boek:
. In 1995 bezocht ik de 80- jarige herdenking in Erivan van de Armeense massamoord. In zijn slotrede zei de organisator, Sarkisyan, het volgende: "Mijn grootvader stelden zij terecht, Van het gezin van 12 overleefden alleen mijn vader en zijn broer. Grootmoeder van moederszijde werd, terwijl zij zwanger was, voor de ogen van haar 4 kinderen (2-8 jaar) vermoord.
Mijn vader had een vriend, Halil Hacý. Die had mijn grootvader beloofd dat hij, mocht hem iets overkomen, voor het gezin zou zorgdragen. Toen dan de ramp, erger dan ooit verwacht over hen kwam, liet hij het hele gezin van 7 personen bij zich onderduiken en zorgde maandenlang voor hen met groot gevaar voor eigen leven. Ik groeide op in de Armeense gemeenschap in Beirut en leerde dat alle Turken onmensen waren, maar ook het verhaal van Hacý Halil. Ik begreep, dat de waarheid niet altijd eenvoudig is. Ik wil dus van hier aan de Turkse medemensen de hand reiken"
Sarkisyan nam Taner mee naar de kerk waar de slachtoffers herdacht werden en samen staken zij een kaars aan ter gedachtenis van Halil Haci. Taner stuurde een brief over deze zaak naar de Turkse kranten, maar die schrokken er voor terug hem te publiceren. De burgemeester ven Esenyurt nam echter de uitnodiging aan en bezocht Ercincan, hetgeen enig stof deed opwaaien.


Kort overzicht van de historische feiten,
De Armeniërs duiken voor het eerst omstreeks 700 v.Chr. in de geschiedenis op in het gebied van het Van-meer en rond de berg Ararat. Zij stammen waarschijnlijk af van de Urartiers (Ararat-Urartie-Armenie), wier rijk zich op dezelfde plaats bevond. Een Armeens koninkrijk wist zich met moeite tegen de Perzen (Sassaniden) enerzijds en de Romeinen anderzijds staande te houden.
Zij werden reeds in 301 door St Gregorius tot het Christendom ('Monophysitische' vorm) bekeerd. Dit leidde tot een conflict met Byzantium. In de 10 eeuw bereikte het rijk zijn hoogtepunt. Juist toen de Turkse (Seldsjoeken) invasie dreigde dwongen de Byzantijnen hen een deel van hun gebied af te staan. Dat veroorzaakte een volksverhuizing naar het Zuidwesten. Hier ontstond in de oude Romeinse provincie Silicie het zg 'Klein Armenië' (gebied van Antep, Urfa, Adana).
Omstreeks het jaar 1000 werd Armenië door de Seldsjoeken veroverd. Er volgden nog enkele rampspoeden (Mongolen) waarna de toestand zich stabiliseerde. Het door Armeniërs bewoonde gebied (waar zij doorgaans geen meerderheid vormden) behoorde toen deels tot het Osmaanse rijk en deels tot het Perzische rijk..
Tijdens de Kruistochten kwam het tot intensieve contacten met de Franse kruisvaarders. Baudewijn van Vlaanderen stichtte een graafschap (1098-1144) in de oude Romeinse provincie Silicie met als hoofdstad Edessa, het huidige Urfa. Een van zijn opvolgers werd zelfs tot 'Koning van Armenië' gekroond. Het ontbrak ook niet aan pogingen van de Paus om de Armeniërs - religieus en commercieel bondgenoten tegen de Byzantijnen-- tot de Roomse kerk over te halen.
In het Osmaanse rijk vormden de Armeniërs een van de religieuze minderheden (Millets). Zij woonden- als handelslieden en handwerkers- verspreid door het hele land, met een belangrijke gemeenschap in Istanbul, waar ook hun patriarch zetelde.(er zijn nu nog ruim 30 Armeense kerken in Istanbul)
In het begin van de 19 eeuw veroverde Rusland een deel van het Armeense gebied. Omstreeks die tijd kwam een nieuw verschijnsel op: het nationalisme. Ook de Armeniërs vormden zowel legale als ondergrondse organisaties. De Armeniërs hadden in toenemende mate te lijden van roof-en moord overvallen door de in hetzelfde gebied wonende Koerden en Tsjerkessen* (*dit is een Moslimvolk dat om aan vervolgingen door de Russen te ontkomen vrijwel geheel naar Anatolie was gevlucht). Klachten hierover vonden echter geen gehoor.
Na de Krimoorlog begonnen de Westerse mogendheden en Rusland eisen aan de Turken te stellen voor vrijheid en veiligheid van de Armeniërs. Daar deze grote woorden (Gladstone) niet gepaard gingen met de wil hen daadwerkelijk te beschermen werkte zulke 'hulp' averechtsdoordat zij daarmee 'in het kamp van de vijand' werden geplaatst. De sultan beschouwde de Armeniërs als voornaamste oorzaak van inmenging door het Westen.
In de Russische oorlog, die voor het Osmaanse rijk zeer ongunstig verliep, vochten aan Russische kant ook Armeense officieren. Bij het daaropvolgende vredesverdrag van Berlijn verplichtte 'de Porte' zich de nodige bescherming aan de Armeniërs te geven. Hier kwam echter niets van terecht mede omdat 'de rode sultan' Abdülhamid het parlement ontbond en opnieuw autocratisch regeerde.
Om het samengaan van de Armeniërs en Koerden te voorkomen richtte sultan Abdulhamid de beruchte 'Hamidiye' ruiter-regimenten op. Dit waren irreguliere, uit Koerdische stammen gerekruteerde korpsen. Formeel bedoeld om de grens te bewaken, kregen zij in feite de vrije hand tegen de Armeniërs. Dat resulteerde omstreeks 1890 in moordpartijen, waarvan het aantal slachtoffers in de tienduizenden (vlg Armeniërs honderdduizenden) liep.
In Oktober 1914 werd Turkije door de intriges van de Jong-Turkse premier Enver pasha, tegen veler zin, in de 1 wereldoorlog gesleept. Enver droomde van een 'Groot-Turkije' en begon op 18 December een veldtocht vanuit Erzurum tegen de Russen in de Kaukasus. Dit gebied staat bekend als 'Turks Siberië'. Door een totaal gebrek aan voorbereiding kwam (bij het tegenwoordige wintersport(!)-plaatsje Sarikamis) vrijwel het hele 80.000 man sterke 3 leger door kou om het leven. Slechts 12.000 keerden terug. Ik ben van mening dat deze schandelijke nederlaag een belangrijke oorzaak was van de kort daaropvolgende massamoord.
Het Russische leger viel hierna het land weer binnen. Ook nu vochten enkele Armeniërs in het Russische leger, en kregen zij incidenteel steun van de plaatselijke bevolking.
Op 15 April 1915 gaf Talaat pasha, de minister van binnenlandse zaken, het bevel dat alle Armeniërs 'verplaatst' moesten worden, met als argument dat zij de Russen hielpen. Dit resulteerde echter in massale slachtingen en bijgevolg hield de Armeense bevolking in Oost-Turkije op te bestaan. Alleen in Izmir en Konstantinopel bleven100-200.000 Armeniërs relatief ongemoeid.
De Russen zetten hun offensief voort en poogden vooral Kozakken in het veroverde gebied te vestigen. In een geheim geallieerd verdelingsverdrag over Turkije werd niet over zelfbeschikking van Armenië gesproken. Toen het front na de Oktoberrevolutie instortte zetten Armeense vrijwilligers onder generaal Andranik de strijd nog voort en bezetten o.a. Kars, wat tot wraaknemingen op de Moslimbevolking leidde. Honderdduizenden vluchtten voor hen uit.
In 1919 bezetten de Fransen Cilicie (Adana, Urfa, Antep en Maras) en brachten Armeense detachementen mee. Die gaven zij de vrije hand, wat tot grootscheepse wraakacties voerde. Veel ware verhalen over Armeense wreedheden dateren uit die tijd.
Op de Parijse vredesconferentie eiste de Armeense delegatie bijna de helft van het huidige Turkije en 2/3 van Zuid- Kaukasie op. In het verdrag van Sèvres (1920) werd de onafhankelijkheid van Armenië (inclusief Trabzon, Erzincan, Mus, Van, Bitlis en Hakkari) erkend (niet van Koerdistan). (zie kaart) De inmiddels gestichte Armeense republiek werd echter door een Sovjetrepubliek vervangen, Atatürks nieuwe regering erkende 'Sèvres' niet en Karabekir pasha begon de Armeniërs terug te dringen.
Bij het verdrag van Lausanne in 1923 werden de grenzen van het huidige Turkije vastgesteld en kwam Armenië niet meer voor.

De Armeniërs in de 'Diaspora' (vooral talrijk in Libanon, USA, Frankrijk) hebben een hechte band, die de herinnering aan de massamoorden levend houdt. Na 1976 werd een Armeense terreur-organisatie'Asala' opgericht, met haar hoofdkwartier in Beirut en later in Cyprus(!). Die zag kans om 35 Turkse diplomaten en ambassade personeel in diverse hoofdsteden te vermoorden. Tevens eisten zij erkenning van de genocide en vestiging van een Armeense staat in N.O.Anatolie. Toen Asala ook aanslagen op toeristen en vliegtuigen (in Parijs en Ankara) ging plegen was ook in het Westen de maat vol en werd zij 'buiten gevecht gesteld' (Over details hiervan bestaan allerlei geruchten)
Tegelijkertijd begonnen invloedrijke Armeense lobby's in de USA en Frankrijk (bondgenoot sinds de Kruistochten!) acties om parlementen van die landen te bewegen de 'Armeense volkenmoord' bij de wet vast te leggen. Deze acties werden onlangs weer geïntensiveerd en leidden tot verrassend emotionele reactie in de Turkse media, de regering en (naar ik zelf constateerde) in vrijwel de gehele bevolking. Dit was voor mij aanleiding mij verder in de problematiek te verdiepen.

Achtergronden.


In het Osmaanse rijk was 'Turks' nooit de officiële taal, en het geschiedenisonderwijs op de scholen ging alleen over Europa en vooral Frankrijk. Het begrip 'Turk' had in het spraakgebruik een negatieve betekenis, en werd tot scheldwoord voor 'achterlijk' en ruw.
Die betekenis had het in de Westerse wereld al langer, en werd daardoor versterkt.. Als gevolg hiervan beschouwden de Turken zichzelf niet als Turk. In het begin 20 eeuw antwoordden 'Jongturken' in Parijs op de vraag tot welke natie zij behoorden: 'Moslim', en na verder aandringen: 'Wij zijn Osmaan'. Bij de eerste constitutie in 1908 moest, bij gebrek aan een volkslied, de Marseillaise worden gespeeld!
De begrippen 'vaderland' en 'natie' waren eveneens onbekend. (het woord 'vatan' is Arabisch) Het Turkse nationalisme ontwikkelde zich laat (begin 20 eeuw), met de schrijver Ziya Gökalp (1896). Het gevolg van deze achterstand was een minderwaardigheidsgevoel, dat als natuurlijke reactie tot agressiviteit met racistische trekken leidde. De idee dat de Turken natuurlijke heersers waren aan wie de minderheden moesten gehoorzamen werd zo in de nadagen van het rijk geboren.
In tegenstelling tot wat in het Westen vaak gedacht wordt, was het Osmaanse imperium
niet een uitsluitend Turkse aangelegenheid. De verschillende onderdelen van het rijk waren door hun geestelijke leiders bij de Sultan vertegenwoordigd als zg Millets'. Zij waren dus niet als volk of natie, maar als religieuze groep gedefinieerd. De voornaamste Millets waren, (behalve de Moslims, die een dominante status genoten) de Armeniërs, de Grieks Orthodoxen ('Rum" genoemd) en de Joden. De sultans kozen hun adviseurs bij voorkeur uit deze groepen.
Met name de (vaak zeer welgestelde) in Constantinopel wonende Armeniërs hadden belangrijke administratieve functies zoals tolk (dragoman). De 'eerste Dragoman' was in feite een soort minister van buitenlandse zaken. Zij werden als de meest loyale onderdanen beschouwd ('millet-i-sadika'). Geen enkele minderheid heeft zoveel ambten bekleed. Leden van de Duzian familie waren directeur van de munt. Een adviseur van de sultan, Bezdjian, bouwde kerken en een nog steeds bestaand ziekenhuis. De familie Dadjian beheerde de kruitfabriek en ontving de sultan meermaals in zijn huis, wat uitzonderlijk was en jalousie opwekte.
Verder woonden de Armeniërs over het hele land verspreid als handwerkslieden, handelaars en intellectuelen. Ook in het 'hartland' van Armenië vormden zij een minderheid, zoals ook blijkt uit een Engelse reisgids uit 1845 (!), waarin van alle beschreven steden en dorpen het aantal Armeense families wordt genoemd. Daarin staat ook: 'Het land herstelt langzaam van de Russische bezetting. De bevolking van Erzurum is tot 1/5 gedaald, Kars is een ruïne. Veel Armeense families zijn met de Russen weggetrokken'.

Begin 18 eeuw kwam in Europa het nationalisme op dat ook de Armeniërs inspireerde.. Leden van de ondergrondse (marxistische) Hunchakian- en de nationalistische Dashnak partij begonnen Armeniërs in dienst van de Sultan te vermoorden. In 1880 omsingelde een groep fanatici de kathedraal, molesteerden de Patriarch en lazen een manifest tegen de Sultan voor. Er werden bomaanslagen gepleegd. Dit leidde tot bloedige represailles en tot herhaalde, door de politie getolereerde of zelfs gesteunde pogroms. Hiervan waren vooral de arme Armeniërs het slachtoffer. De Griekse minderheid steunde hen niet. De Russische ambassadeur, Graaf Ignatiev, een krachtige persoon en overtuigd vijand van het Osmaanse rijk, stookte op de achtergrond.
Ook elders in het rijk braken in die tijd opstanden uit. De wrede manier waarop een Bulgaarse opstand werd neergeslagen deed een golf van afgrijzen door Europa gaan en werkte natuurlijk contraproductief. Tegelijkertijd begon een terugtocht van moslims en Turken op alle fronten: Alleen uit de Krim vluchtten 1 miljoen mensen naar Anatolie. De Nederlander van Woensel, arts in dienst van de Russische marine, kon het lijden van de Turkse bevolking in Z Rusland onder de verschrikkingen van het Russische militaire bewind niet langer aanzien, nam zijn ontslag en was als 'Murat effendi' enige tijd adviseur van de Osmaanse regering (!).
Tijdens de Russische oorlog (1877-78) en de Balkanoorlogen (1912) vonden gruwelijke slachtingen onder de Moslims plaats, die enorme vluchtelingenstromen op gang brachten. Die groepen hielden hun eigen verenigingen en tijdschriften en waren van wraakgevoelens en haat vervuld. Tussen 1878 en 1904 vestigden zich 850.000 in door Armeniërs bewoonde gebieden. Zij zouden gewillige beulen worden van hen 'die ons in de rug aanvallen en met de imperialisten samenspannen'.
In1896 werd Artin Pasha Dadjian benoemd tot voorzitter van een commissie die tussen de sultan en de revolutionairen moest bemiddelen. Op kritiek van die laatsten antwoordde hij: 'Nee, ik ben geen pion van de Turken. Maar is voorzichtig patriottisme niet ook patriottisme?' In een brief aan de Dashnak partij schreef hij de profetische woorden: 'Europa is volkomen onverschillig, uitroeiing van ons volk heeft zich nog niet geheel voltrokken, de enige weg is geduld en overeenstemming met de sultan'. Maar de revolutionairen wilden wraak: 'Vrijheid of dood' was hun leus.
Deze gebeurtenissen deden een vrees voor algehele instorting van de bestaande orde ontstaan. Als remedie werd een 'Panislamistisch' ideologie, waarin Turkije omringd door (Christelijke) vijanden gezien werd, gaandeweg tot bewuste politiek. Zoals Sultan Abdülhamid het uitdrukte: 'Met Griekenland en Roemenie heeft Europa onze voeten afgehakt, met Bulgarije, Servië en Egypte verliezen wij onze handen, en nu willen ze met hun propaganda onder de Armeniërs ook onze ingewanden weghalen'. Met deze mentaliteit was het gemakkelijk de verzoeken om hulp (vooral aan Engeland) als verraad uit te leggen en de primitieve bewoners met beroep op hun religieuze gevoelens te overtuigen dat het ontnemen van leven (en bezit!) aan de 'ongelovige Armeniërs' een rechtvaardige zaak was.
De Armeense politieke organisatie 'Dashnak' steunde de 'Jong-Turkse' revolutie in 1908 en kreeg enige parlementszetels. In 1909 maakten religieus-conservatieven een contrarevolutie en overal braken ongeregeldheden uit. In Adana ontstond een pogromwaarbij 20.000 Armeniërs omkwamen. De orde werd hersteld door Cemal pasha, die 37 Moslims (waaronder 1 Mufti) en een Armeniër liet ophangen.
Toch konden de moordpartijen van de 90-er jaren nog als, weliswaar centraal gedirigeerde, 'spontane volks-uitbarstingen' worden beschouwd. Anders was het bij de gebeurtenissen van 1915. Het spreekt vanzelf dat, analoog aan de Duitse 'dolkstootlegende', de nederlaag van Enver pasha een belangrijke rol heeft gespeeld bij het besluit, de Armeniërs uit te roeien.

Daar gaat nu de discussie om: Was er zo'n besluit (dat betekent genocide, 'soykýrým') of was het een betreurenswaardige samenloop, 'zoals die in oorlogen nu eenmaal voorkomen'.
Dit laatste is het officiële Turkse standpunt, dat op de scholen wordt geleerd en dat vrijwel ieder graag wil geloven. Want dat er massamoorden zijn gepleegd wordt niet ontkend, maar men legt wel de nadruk dat er van Armeense zijde 'minstens zoveel gemoord is'.
Er bestaat een sterk taboe op dit onderwerp. De rijksarchieven zijn weliswaar zeer uitgebreid, maar moeilijk toegankelijk. Sommige delen zijn 'bezwaarlijk', die van het leger helemaal niet beschikbaar. Taner Akcam citeert veel berichten dat documenten werden vernietigd. Verantwoordelijke kringen hebben er om verschillende redenen belang bij dat sommige zaken uit de geschiedenis van de republiek (ook waar het Atatürk betreft) niet aan het licht komen. Zo werden memoires van belangrijke personen, zoals bv Karabekir pasha, lange tijd tegengehouden of geconfisqueerd. Het is zeer onwaarschijnlijk dat er ooit een document zal worden gevonden waarin Talaat pasha (hij werd na de oorlog in Berlijn door een Armeniër vermoord) de 'Endlösung' van het Armeense probleem beveelt.
Verder mag niet vergeten worden, dat de berichtgeving in het Westen ook beïnvloed is door vooroordelen en eenzijdige informatie van Armeense zijde. Niet zozeer dat de Turkse gruwelen overdreven werden (dat is nauwelijks mogelijk) maar door het verzwijgen van andere informatie. Dirk van Delft heeft hiervan een degelijke studie gemaakt, en concludeert: 'De wrede Turk en de goede Armeniër' is een mythe. Hij citeert Toynbee, de samensteller van 'The blue book (1916)', die 40 jaar later toegaf geen oog te hebben gehad voor de Armeense wreedheden en verklaarde 'dat een Armeense staat de Turken groot onrecht zou hebben gedaan'. Volgens betrouwbare bronnen zijn in Oost Anatolie meer dan een miljoen moslims omgekomen, al was dat niet het gevolg van een zo systematische slachting als van de Armeniërs. De veel geciteerde 'Ardonian papers' bleken een vervalsing te zijn, en ook Werfel (auteur van Die 40 Tagen des Musa Dað) besefte later, dat hij door Armeense vrienden was misleid. Zurcher merkt op, dat met name de Engelsen zeer haatdragend en bevooroordeeld waren. Dat neemt echter niet weg dat er genoeg gegevens over moeten zijn om de gebeurtenissen met waarschijnlijkheid te reconstrueren.
Ik baseer mij in het volgende op het in 1999 uitgegeven boek 'Mensenrechten en de Armeense kwestie' van Taner Akcam,die zulk een poging heeft ondernomen.

De gebeurtenissen van 1915.
Op 17 Juni 1915 berichtte de Duitse gezant von Wangenheim: 'Talaat verklaart dat de Porte voordeel wil trekken uit de oorlog om eens en vooral grondig af te rekenen met binnenlandse vijanden'. De eerste die alarm sloeg was de Duitse predikant Lepsius. De geallieerden protesteerden, bondgenoot Duitsland zweeg. Op 31 Aug zei Talaat tegen Fürst Hohenlohe: 'La question Armenienne n'existe plus'.
Inderdaad was er na de oorlog in midden en Oost Turkije geen enkele Armeniër meer over.
Het aantal zou voor die tijd vlg de Armeense kerk 2.1 miljoen zijn geweest, volgens Turkse bronnen 1.2 miljoen. Het aantal overlevenden wordt op 600.000 geschat, waarvan 250.000 naar Rusland ontkwamen, de rest naar de Libanon. Wellicht kwamen 200.000 vrouwen en kinderen bij Koerdische gezinnen terecht (*). Bij de processen na de oorlog in Istanbul (zie onder) werd het aantal doden op 800.000 geschat, (vlg latere Turkse geschiedschrijving 300.000) volgens de Armeniërs nog veel meer.
Was het werkelijk de bedoeling het volk te 'verhuizen'? De opzet zou zijn geweest 'hen van het strijdtoneel te verwijderen'. Maar veel gebieden waaruit de Armeniërs werden verdreven waren ver van het front verwijderd. Bovendien werden zij soms juist dichter naar het front verplaatst. Zo werden Armeniërs uit Kaiseri naar Havran, vlak achter het 4 leger gebracht. Het feit dat noch onderweg, noch in de gebieden waar zij heen gestuurd werden enige maatregelen waren genomen, doet vermoeden dat van het begin af de bedoeling was ze te vernietigen.
In een toespraak in Nov 1918 zei Talaat Pasha: 'Hoewel het erg overdreven wordt, zijn er waarschijnlijk wel excessen geweest. Maar bij geen daarvan was dat volgens een bevel van de 'Porte' ('Sublieme Porte' was de naam van de Sultanregering). Op veel plaatsen hebben, doordat teveel vijanden bijeen waren zonder dat het onze bedoeling was, uitbarstingen plaatsgehad die tot misbruik leidden. Veel beambten hebben overmatige wreedheid en geweld gebruikt. Op veel plaatsen zijn onschuldigen het slachtoffer geworden. Dat moet ik toegeven'. Dit is wel de duidelijkste bekentenis (van onverdachte zijde!) die er ooit gedaan is. De Turkse regering geeft nu wel toe dat de konvooien onderweg door (meest Koerdische ) bendes werden aangevallen, maar zegt dat zij daar in de chaotische oorlog- omstandigheden geen greep op had. Dit is sindsdien het officiële Turkse standpunt. Maar hier valt veel tegen in te brengen.
Akcam schrijft, dat alle voorstellen om hen te beschermen werden geweigerd. Niet alleen de Duitse consul Richter, maar ook de gouverneur van Erzurum Tahsin Bey, richtten verzoeken aan de commandant, Mahmut Pasha, die ze echter weigerde. Tahsin telegrafeerde herhaaldelijk naar Istanbul: 'Men kan toch niet zo maar 60.000 mensen van de Kaukasus naar Mosul en Bagdad sturen. Wie moet hen begeleiden en voor onderdak zorgen? Als het leger dat moet doen, geef dan opdracht. Ik kan dat nu niet doen, en ik smeek U ter wille van het heil van het vaderland de verplaatsing uit te stellen'
In veel consulaire rapporten is sprake van afwezigheid van voedsel of geld. De Duitse gezant Metternich vroeg tweemaal hulp te mogen geven, die echter geweigerd werd 'om de Armeniërs in het buitenland niet aan te moedigen'. De gouverneur van Aleppo, Celal, vroeg aan het ministerie van Binnenlandse zaken middelen voor huisvesting maar kreeg nul op het request 'Ieder mens heeft toch recht om te leven. Zelfs een worm, waarop getrapt wordt, kronkelt' schreef hij. Overgeplaatst naar Konya, probeerde hij tevergeefs ook daar verdere uitzettingen tegen te houden.
De Duitse consul in Syrië berichtte dat Cemal pasha zoveel mogelijk hulp trachtte te geven maar dat hij strikt bevel had om Amerikaanse en Duitse hulp te verhinderen. Toch stelde Cemal Hüseyin Kazim als coördinator aan. Deze berichtte 'dat het hem onmogelijk werd gemaakt om ook maar de kleinste hulp te bieden'. Hij vreesde met een systematische vernietigingspolitiek te doen te hebben, 'die een schande voor Turkije was' en nam zijn ontslag. In zijn memoires (Türkiyenin cöküsü,1992) schat hij het aantal 'ongelukkigen dat door de aanslag van de staat (in zijn district) om het leven kwamen' op 200.000, en van de overlevenden op 30.000.
Zijn taak werd overgenomen door Cerkes Hasan Bey. Deze schreef in 1919 in de krant 'Alemdar' een artikel: 'De werkelijkheid van de deportaties': 'Toen ik begon zeiden de plaatselijke autoriteiten: 'Werk die zaak van de gedeporteerden zo goed mogelijk af; los de kwestie op door 'schoonmaak', en hij vervolgde: 'zij die deze ongelukkigen van de dood wilden redden werden voor verraders en vijanden van het vaderland uitgemaakt'. Vervolg artikelen werden door bedreigingen onmogelijk gemaakt.
Ook de gouverneurs (Vali's) van Smyrna (Rahmi Bey), Edirne ( Adil Hacý Bey) en Ankara (Mazhar Bey), benevens de kaymakams van Der-el-Zor (Ali Suat Bey) en Lice (Nesrin Bey) weigerden medewerking, wat de laatste met de dood moest bekopen.(Sipaan). Andere gouverneurs begrepen dat het begrip 'deportatie' toch maar een dekmantel was en lieten hen meteen vermoorden. Op berichten uit Diyarbakir, dat 2000 Armeniërs en andere Christenen s'nachts werden afgevoerd en 'als schapen afgeslacht', telegrafeerde Talaat Pasha 'dat hij geen onderzoek naar de moorden wilde, dat zij die tot de Armeniërs moesten beperken en het resultaat moesten meedelen'. Over de gruwelijke wijze waarop mannen, vrouwen en kinderen werden omgebracht bestaan tal van getuigenissen. Soms werden mannen nog korte tijd in 'arbeidsbrigades' ingezet.
In Samsun, Erzurum, Trabzon en Adana werden Armeniërs soms gedwongen Moslim te worden. Formulieren, die zij moesten tekenen dat het vrijwillig was, zouden door de regering zijn verschaft. Later telegrafeerde Talaat, dat zij toch moesten worden gedeporteerd. Protestantse en Rooms-katholieken werden aanvankelijk ook gedeporteerd, maar later werden die na pressie van de Duitse en Amerikaanse ambassades vrijgesteld.

Rol van het leger. In het algemeen was het leger niet bij de 'zuiveringen' betrokken; wel de Jandarma, die onder het ministerie van Binnenlandse zaken ressorteerde, en die volgens vele getuigenissen bijzonder meedogenloos optrad (Toynbee). Er waren echter uitzonderingen: De commandant van het 3 leger, Kamil pasha, en Mahmut pasha bevalen dat wie Armeniërs verborg moest worden opgehangen en zijn huis verbrand. Ook gaf Halil pasha (oom van president Enver) opdracht Armeense en 'Suriyani' (dit zijn zg 'Aramese Christenen, hebben niets met Armenië te maken) soldaten te doden. Overigens was Enver zowel chef generale staf als hoofd inlichtingendienst. Een commandant in Mosul pochte tegenover Duitse officieren dat hij eigenhandig Armeniërs had gedood en dat hij er geen in leven zou laten. Een bijzonder kwalijke rol speelde ook de gouverneur van Diyarbakir, Mehmet Resit.(Zurcher)
Wat de officiële documenten betreft bestaat er een besluit over de 'verplaatsingen' (ook toen wist men al van euphemismen) van de ministerraad van 20 Mei 1915. Deze waren echter toen al lang aan de gang en het besluit is kennelijk een reactie op een nota van Frankrijk, Rusland en Engeland waarin zij de leden van de regering persoonlijk verantwoordelijk stelden voor de moorden. In zijn 'Geschiedenis van de Turkse revolutie' schrijft Y.H.Bayur dat zij vooral een persoonlijk initiatief van Talaat pasha waren. Op 24 April 1915 (door de Armeniërs als 'genocide dag' aangemerkt) besloot de regering alle Armeense organisaties te verbieden en 2345 van de Armeense elite te arresteren, onder wie veel loyale onderdanen. Van hen werden 20 wegens 'verraad' in het openbaar opgehangen. Van de rest is nooit meer iets vernomen. Overigens zijn Istanbul en Izmir de enige plaatsen waar de meeste Armeniërs niet gedeporteerd werden. Hoe dan ook, het feit dat het geheel in een jaar tijd werd voltooid, wijst op een systematische, tevoren geplande onderneming (Toynbee). Het voormalig lid van de geheime dienst Rifat schrijft in 'De binnenkant van de Turkse opstand' (1929, Armeense vertaling) dat Enver, Behadetin Sakir en Dr.. Nazim begin 1915 bespraken hoe de executies moesten plaatsvinden.
De voornaamst 'uitvoerders' van de slachtingen waren Koerdische bendes, en vooral ook de 'Speciale Comités' (Teskilat-i-Mahsusi).. Deze geheime organisatie stond onder leiding van Dr Nazim en Dr Behaeddin Sakir. en gebruikte regelrechte moordcommando's. De archieven van de Teskilat-i-Mahsusi zijn later vernietigd.

De beweerde Armeense wandaden, die vlg het officiële standpunt de reden voor de deportaties vormden, zijn tot nu toe nauwelijks serieus onderzocht. Een Turks geschiedenis- boek zegt het zo: "De Russen gebruikten de Armeniërs met de belofte van onafhankelijkheid. Zij begonnen hun onschuldige Turkse buren te vermoorden en hun 'comités' slachtten tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen. af. Dat maakte het oorlogvoeren moeilijk. Dus besloot de staat hen ver van het slagveld naar Syrie te deporteren. Tijdens deze transporten verloren enkelen het leven door slechte weersomstandigheden en onveiligheid. De Turkse natie is zeker niet verantwoordelijk voor wat er tijdens deze transporten gebeurde".
Op het Dasjnak congres in 1913 te Istanbul hadden de Armeniers beloofd, hun plichten tav het Osmaanse rijk te zullen vervullen, maar dit werd als bedrog beschouwd.Wel vocht er een Armeense brigade van 4000 man in het Russische leger, waarvan de meesten uit Rusland zelf afkomstig, maar ook enkelen uit het Osmaanse gebied, met name het parlementslid K.Pastirmacian. Toen begin 1915 het bevel kwam, dat alle Armeense soldaten in het Turkse leger moesten worden ontwapend en in 'arbeidsbataljons' ingezet, ontsnapten velen en vormden guerrilla benden. In Van kwamen de Armeniers in opstand tegen de wrede gouverneur Cevdet bey (zwager van Enver) en hielden de stad tot de Russen kwamen.
De Armeniërs in het Russische leger roofden en moordden begin 1915. In de gebieden Van en Bitlis werden vlg een Duits rapport 200 Moslimfamilies met vrouwen en kinderen uitgemoord. Een Russische kolonel vertelde hoe in 1918 in Erzincan 800 weerloze Turken werden afgemaakt. Veel van die zaken gebeurden echter nadat de deportaties waren begonnen, maar dat maakt voor de slachtoffers en hun nabestaanden niet zo veel verschil.
Ook moet worden bedacht dat na de nederlaag van Sarýkamis een complete chaos en hongersnood in het gebied heerste, en dat dorpelingen zich tegen allerlei plunderende bendes deserteurs moesten verzetten. Toen Atatürk later in het gebied aankwam vond hij een verlaten kleuter op de weg. Op zijn vraag: 'waarom neem je dat kind niet op?' kreeg hij te horen : 'het is ons kind niet'
Er werden in het gebied natuurlijk veel wapens gevonden, zeker niet alleen bij Armeniërs, hetgeen door Talaat Pasha (in antwoord op een protest van de Duitse consul) als bewijs werd aangevoerd dat een opstand werd voorbereid.(betreffende foto's worden ook nu nog door Turkse autoriteiten gebruikt). De Amerikaanse consul in Harput rapporteerde, dat mensen die niets gedaan hadden onder marteling bekenden, wapens te bezitten. Dit werd door de gouverneur van Erzurum, Tahsin Bey, ontkend. Bij het in 1919 te Yozgat gehouden proces werden dergelijke beweringen als ongefundeerd ontmaskerd. Veel van de beweerde opstanden waren eenvoudig zelfverdediging na het begin van de deportaties.
De voornaamste Armeense opstand vond plaats in Van. Zij wordt als een belangrijk argument gebruikt. Bij gebrek aan goede geschiedschrijving concludeert Akcam uit tal van uitspraken, dat deze het gevolg was van de politiek van Jongturken. Hij citeert de gouverneur, Cevdet bey: 'We hebben de Armeniërs en Suriyani (!) uit Azerbeidzjan gezuiverd, dat gaan we ook in Van doen'. Er heersten ook veel wraakgevoelens over de nederlaag in Sarikamis, die aan 'Armeens verraad' werd toegeschreven.

Processen Na de Osmaanse nederlaag zijn onder druk van de geallieerde bezetters processen aangespannen tegen degenen die zich aan excessen te buiten hadden gegaan.
In Januari 1919 werden door de Turkse regering in Istanbul processen gevoerd in Yozgat, Trabzon en Istanbul. Op 10 April werd het districtshoofd (kaymakam) Kemal bey op een plein in Istanbul terechtgesteld. De Engels hoge commissaris Calthorpe was tevreden en hoopte dat er nog veel hooggeplaatste schuldigen zouden volgen. De Turkse bevolking zag er echter een knieval voor de bezetters in en demonstreerde massaal voor de 'martelaar Kemal' en tegen de 'imperialisten'.
Zowel de regering als de bezetter aarzelden en overwogen de processen buiten Istanbul en wellicht buiten Turkije voort te zetten. Dit plan werd doorkruist toen op 15 Mei Griekenland W.Turkije binnen viel en er grote slachtingen aanrichtten, wat in het hele land tot demonstraties leidde.
De pro-Engelse grootvizier Damat Ferit nam ontslag en de processen werden uitgesteld. Om de algemene opinie tevreden te stellen werden 41 gearresteerden vrijgelaten. De Engelsen interneerden daarop 67 vooraanstaande politici op Malta. De in Sept 1919 aangetreden nieuwe regering van Ali Riza pasha gaf te kennen dat zij van plan was de oorlogsmisdadigers te bestraffen 'teneinde de blaam van de Turkse eer te zuiveren'. Ook werd gesproken over schadevergoedingen Maar uit de maatregelen van het kabinet bleek het tegendeel.
Processen werden opgeschort, terugkeer van Armeniërs verboden. Ook de Engelse commissaris was overtuigd dat de verklaringen ter misleiding waren bedoeld. Hoewel Talaat, Enver, Nazim en Cemal bij verstek ter dood werden veroordeeld kwam er zo een vroegtijdig eind aan de processen. Talaat werd later in Berlijn door een Armeniër vermoord. Cemal pasha, minister van marine en commandant van het 4 leger in de Libanon, had veel gedaan om het lot van de Armeniers te verzachten, maar werd toch in Tiflis vermoord.
Het verdere verloop.
Inmiddels was in Anatolie door Mustafa Kemal een tegenregering gevormd. Het enige
nog functionerende Turkse 4 legercorps was in het Oosten in gevecht met Armeense troepen, die na de ontbinding van het Russische leger de strijd hadden voortgezet. Vanuit Izmir rukten de Grieken op naar Ankara. In het gebied van Adana voerde de bevolking en guerrilla tegen de Frans-Armeense bezetters. (De inwoners werden later voor hun heldhaftige verzet beloond door de namen van de steden te veranderen :Kahraman(=heldhaftig) Maras, Gazi(=overwinnaa) Antep, Sanli(=vitaal) Urfa).

Mustafa Kemal (latere Atatürk) had dus wel andere zorgen: Armenië claimde een groot stuk van het Turkse grondgebied. Hoewel hij op geen enkele manier verantwoordelijk was voor de slachtingen, sprak hij er zich nooit duidelijk over uit en liet merken dat hij het als een bijkomstige zaak beschouwde. Wel zou hij tegen Westerse diplomaten zijn afkeuring hebben geuit en zelf het getal van 800.000 slachtoffers hebben genoemd.

Huidige toestand.
Er zijn nog 45.000 Armeniërs in Turkije, vooral in Istanbul waar het Patriarchaat is gevestigd. Er wordt hen niets in de weg gelegd, en de Patriarch mag zo nu en dan opdraven om te laten zien hoe tolerant de Turkse republiek is. Toch zijn er, net als met andere Christelijke groepen, kleine pesterijen van ambtswege, zoals het verbod om 'politiek' te bedrijven, waaronder ook het herstel van een kerk verstaan wordt. De acties van de terreurgroep 'Asala' , en meer nog de acties van de 1 miljoen Armeniërs in de diaspora (zie boven) leiden er toe dat bepaalde instanties trachten alle sporen van het oude Armenië uit te wissen. De patriarch is niet blij met de huidige acties in allerlei landen om de 'genocide' bij de wet (!) vast te stellen.
In Iran, waar vanouds veel Armeniërs woonden (al is hun aantal de laatste jaren sterk verminderd) zijn zij officieel (met 2 zetels) in het parlement vertegenwoordigd.
De voormalige Sovjet republiek Armenië heeft 3 miljoen inwoners. Als reactie op Armeense betogingen vonden in het buurland Azerbeidzjan in 1988 pogroms tegen daar wonende Armeniërs plaats (vooral in Sumgait en Baku) Dat leidde tot 'uitzetting' van 1/4 miljoen Azeri's uit Armenie en een dito aantal Armeneirs uit Azerbeidjan.
De bewoners van de voornamelijk door Armeniërs bewoonde enclave ('oblast') Nagorno-Karabach wilden zich bij Armenië aansluiten, wat de Azeri's weigerden. Armeense 'vrijscharen' (maar wel gesteund door Russische (?) tanks en vliegtuigen) 'zuiverden' in 1992 het gebied van Azeri's, en namen er meteen nog een tweemaal zo groot gebied bij. Als gevolg hiervan zijn nog steeds honderdduizenden Azeri's van huis en haard verdreven. 'Het Westen' heeft weinig interesse (zie P.Michielsen in de NRC Nov '02), maar in de Turkse media kreeg de zaak veel aandacht en leidde zij tot boykot maatregelen tegen Armenië.
De 'Commission on elimination of racial discrimination' van de VN bracht in Aug. 2002 een zeer kritisch rapport over de toestand in Armenië uit. Zij noemt de verklaring dat Armenie een mono-etnische staat is, is verontrustend. De Cie betreurt het gebrek aan 'disintegrated data' over demografische, sociale en economische toestanden.
Minderheden zijn niet in het parlement vertegenwoordigd, en op klachten van de Cie over discriminatie van en gedoogde misdaden tegen hen (met name de Yezidi's) werd geen antwoord ontvangen. Asielzoekers worden gediscrimineerd op etnische basis.
Het is duidelijk dat de Armeniers er in geslaagd zijn, hun land vrijwel geheel 'etnisch te zuiveren' volgens een maar al te bekend recept, en dat velen dat zo willen houden.

Uiterst emotioneel onderwerp.
Onder druk van de internationale aandacht houden Turkse politici zich nu met de kwestie bezig. Hun stelling is: 'Laat de historici dit uitzoeken, de archieven zijn toegankelijk'. Maar zelf doen zij geen serieuze pogingen.. Dat deed de Duitse historicus Hilmar Kaiser wel.
Door zijn objectieve benadering wist hij zowel Armeense als Turkse onderzoekers tegen zich in het harnas te jagen. Zijn conclusie: 'Ik heb in de hele wereld archiefonderzoek gedaan, maar nergens was het zo als in Turkije. Ieder document dat ik kreeg was een controle -commissie (waarvan het bestaan wordt ontkend) gepasseerd, er werden video-opnames gemaakt enz. In 1995 werd ik er uit gegooid. De huidige generatie Turkse archiefambtenaren en historici is dermate met propaganda opgevoed, dat ze er in zijn gaan geloven'. Maar ook op de Armeense onderzoekers heeft hij scherpe wetenschappelijke kritiek: zij laten alles wat onwelgevallig is weg, praten elkaar na. De opleving van Turks nationalisme in 2005 heeft de zaak nog verslechterd. Een rechtse groepering demonstreerde in 2005 voor de ópgehangen martelaar’ Kemal Bey.



Samenvatting en aanbeveling.
Er is geen twijfel mogelijk dat in 1915 een gruwelijke, systematische slachting van het grootste deel van de in Anatolie levende Armeniërs heeft plaatsgevonden.
Deze werd gepland door enkele personen in de toenmalige regering van het Osmaanse rijk, en gecoördineerd door de geheime 'Teskilat-i-Mahsusi' (uitvoerend comité) van de Jong-Turkse beweging 'Ittihad ve Terraki'
De voornaamste uitvoerders waren Koerdische benden, de Teskilat-i-Mahsusi' en
sommige (maar lang niet alle) afdelingen van het leger. Ook staat vast, dat enkele
gouverneurs en militairen tevergeefs geprotesteerd hebben en medewerking weigerden.
Dat de Armeense bewoners van Istanbul en Izmir (grotendeels) gespaard bleven, is een
sterk argument voor de stelling, dat het niet de bedoeling was het gehele Armeense volk
uit te roeien. De nu nog in Istanbul aanwezige Armeense gemeenschap en patriarch zijn .. ongelukkig met de huidige internationale acties.
Als gevolg van de mislukte veldtocht van Enver Pasha heerste er een geweldige chaos in dit oorlogsgebied. Aan Russische zijde vochten zowel 'Russische' als 'Turkse' Armeniërs, die ongetwijfeld ook moorden op moslimdorpen hebben gepleegd. De meeste moordpartijen zijn echter gepleegd na, en als reactie op de Turkse deportaties, met name door Armeense troepen, die in 1919 (dus na de Osmaanse nederlaag) door de Franse bezetters van het gebied rond Adana, Maras, Urfa en Antep waren meegenomen.
Bij het door de geallieerden opgelegde verdrag van Sèvres was een groot deel van Anatolie als Armeense staat gapland*. Op dat moment was Karabekir Pasha nog in strijd gewikkeld met Russische en Armeense troepen. Voor Atatürk, die bezig was het verdrag te herzien om de republiek Turkije te stichten was er geen reden om de slachtingen op de agenda te plaatsen.
Sindsdien hebben alle Turkse regeringen het standpunt verdedigd, dat er aan beide zijden
evenveel gemoord is en dat er geen plan bestond om de Armeniërs uit te roeien. Dit wordt
in alle (door de staat geredigeerde) schoolboeken verkondigd. Zodoende werd het
een zaak van (misplaatste) nationale trots. Het feit 'dat er minstens even veel Turkse
doden zijn' is wellicht juist, maar dat is merendeels door ziekten en bij andere gevechten gebeurd, en vormt geen enkel excuus voor de 'deportaties'.
De acties tot 'erkenning' van genocide in met name Frankrijk en de USA vielen samen
met de moordaanslagen op Turkse diplomaten door de terreur-organisatie Asala.
De anti- Armeense stemming wordt ook nog versterkt door de bezetting en verdrijving
van honderdduizenden Azeri's (broedervolk) in de 90er jaren door Armenië, waar 'het
Westen' nooit enige aandacht aan wil geven.
De term 'genocide' is sinds kort in de VN zo gedefinieerd, dat het de internationale
gemeenschap verplicht om in te grijpen. Daarom wensten de meeste landen, met name de
USA die term in vergelijkbare situaties niet te gebruiken.
De Armeniërs koesteren de haatgevoelens tegen Turkije zodanig, dat ik niet verwacht
dat een 'schuldbekentenis' van Turkije de atmosfeer zal verbeteren. Integendeel, die zal
aanleiding zijn tot territoriale aanspraken en schadeclaims. Reeds nu bereiden
Amerikaanse advocaten en verzekeringsmaatschappijen zich daarop voor.
Het gebied, waar de Armeniërs aanspraak op maken, is grotendeels hetzelfde als wat als
'Koerdistan' door de Koerden werd opgeëist.(zie kaartje)


Conclusie. Het zou voor ons rechtvaardigheidsgevoel mooi zijn, als Turkije deze misdaad, die door een vorig regiem is gepleegd, zou erkennen. Er zijn aanwijzingen dat het taboe op die kwestie kan worden doorbroken. Ook de Armeense regering stelt zich sinds kort minder agressief op.
Om dit echter nu als eis bij onderhandelingen te stellen zou er alleen toe leiden dat de Turken, die nu eenmaal emotioneel van aard zijn, de hakken in het zand zullen zetten. Ik zie daar geen enkel nuttig effect van, het zal alleen de zozeer gewenste opheffing van dit en vele andere taboes vertragen.
__________________
Referenties.
1) Akcam T: Insan haklari ve Ermeni sorunu. (Mensenrechten en de Armeense kwestie)Imge Kitabevi 1999
2) Akcam T: Türk ulusal kimliði ve Ermeni sorunu (Turkse nationale identiteit en de Armeense kwestie) Iletisim Yayinlari 1992
3 ) van Delft D : De Turkse trom. Nygh en van Ditmar 1992
4 ) A Mango Atatürk John Murray, London 1999
5 ) N.and H Pope: Turkey unveiled, John Murray 1997
6) Sipaan N.S.: De halve maan boven Ararat. Suberg, Hoogezand 1993
7 ) Zürcher.E J : Een geschiedenis van het moderne Turkije. SUN Nijmegen 1995

Verantwoording.
De meeste feiten heb ik ontleend aan het boek van Taner Akcam (1): 'Mensenrechten en de Armeense kwestie' waarvan bij mijn weten geen vertaling bestaat. Dit 600 blz tellende boek is vlg Prof Zürcher het beste dat er over geschreven is. In 1800 voetnoten wordt iedere mededeling gedocumenteerd :archiefstukken, telegrammen, krantenartikelen enz, gevolgd door 360 literatuur referenties. In 1977 ontsnapte hij uit een Turkse gevangenis, waar hij verbleef wegens 'Communistische en Koerdische propaganda', naar Duitsland, waar hij politiek asiel kreeg. Sindsdien verdiepte hij zich in achtergronden van de Armeense kwestie . Hij werd hoogleraar sociologie in Hamburg, later in Minnesota. Hij geeft regelmatig voordrachten in zijn geboorteland.